ARBO catalogus wijn

Methode van risicobepaling bij trekken en duwen

Knelpunt/risico

Definitie
Onder duwen en trekken wordt het handmatig in beweging brengen en verplaatsen van een last over een langere afstand verstaan, waarbij het lichaam zich in dezelfde richting beweegt als de last, zonder dat de last wordt gedragen. De krachten zijn in hoofdzaak horizontaal gericht. Bij duwen is deze kracht van het lichaam af gericht en bij trekken naar het lichaam toe.

Knelpunt/risico:
Naast kans op lage rugklachten, is uit onderzoek gebleken dat werknemers die regelmatig moeten duwen en trekken 2,5 – 4 keer zoveel kans hebben op het krijgen van schouderklachten dan werknemers die niet duwen en trekken.

Welke factoren hebben invloed op Factoren
Uit alle uitgevoerde onderzoeken rondom het risico op het ontstaan van lichamelijke klachten door trekken en duwen is gebleken dat vooral de volgende factoren een belangrijke rol spelen:

  • De trek- of duwkrachten voor het op gang brengen van de last
  • De trek- of duwkrachten voor het op gang houden van de last
  • Het totaalgewicht van de last (=gewicht van kar of pallet + belading)
  • De frequentie
  • De verplaatsingsafstand
  • De aanwezigheid van obstakels (drempels, stoepranden) en hellende vlakken in de rijbaan;
  • De lichaamshouding / trek- duwhouding
  • De kwaliteit van de roleigenschappen van de transportmiddelen (soort, grootte en lagering van de wielen); De effenheid van het loopvlak;
  • de contacteigenschappen van de schoenen met de vloer (stroef of glad).

Op basis van deze factoren zijn methoden/richtlijnen opgesteld die aangeven in welke situaties al dan niet sprake is van een risico

Hieronder worden twee methoden beschreven voor het bepalen van risico’s bij trekken en duwen..

1. De KIM-Tool Trekken en Duwen

Werkwijze:
Met behulp van deze methode wordt een risicoscore berekend aan de hand van een puntentoekenning aan een vijftal factoren. Te weten:
  1. De loopafstanden in combinatie met de frequentie
  2. De te verplaatsen massa (gewicht last) in combinatie met het hulpmiddel (steekwagen, handpallet, etc.) of de methode (schuiven of rollen)
  3. De plaatsingsnauwkeurigheid, in combinatie met de bewegingssnelheid
  4. De lichaamshouding
  5. De omstandigheden (hellingen, oneffenheden e.d.)

De optelsom van punt 2 t/m 5 X score van punt 1 geeft een Risicoscore
Bij een vrouw wordt deze score verhoogd met een factor 1,3
Bij een risicoscore < 10 gaat men er van uit dat lichamelijke overbelasting onwaarschijnlijk is. Bij risicoscores ≥ 10 worden maatregelen geadviseerd.

De KIM-Tool is zowel digitaal in te vullen als handmatig.

Voor een directe link naar de site waar het digitale tool (In het Engels)beschikbaar klik hier of ga naar de site http://www.handlingloads.eu/nl

De handmatig in te vullen Nederlandse versie is hier ook direct beschikbaar

2. Berekenen van de maximale aanvaardbare duw- en trekkrachten

Bij deze methode, die overigens veel overeenkomsten heeft met de hierboven beschreven “KIM – methode voor trekken en duwen”, wordt aan de hand van onderstaande tabel 1, bepaald of de aanwezige trek- en duwkrachten aanvaardbaar zijn. Onder aanvaardbaar wordt verstaan dat wanneer de trek- of duwdrachten binnen deze waarden vallen de kans op lichamelijke belasting onwaarschijnlijk is.

De gegeven waarden zijn berekend aan de hand van de meest gunstige omstandigheden:

  • De te verplaatsen massa is maximaal 400 KG (Indien de last zwaarder is zal in alle gevallen sprake zijn van risicovolle trek- of duwkrachten)
  • Er zijn geen obstakels in het traject (hellingen, drempels, oneffenheden)

  frequentie
verplaatsingsafstand
10/min 5/min
1/min
12/uur 1/8 uur
2 meter
16-8
18-10
20-14
D: 24-16
D: 30-20
        T: 20-16
T: 20-20
8 meter
   14-6 20-14
  D: 26-16
          T: 20-18
15 meter
    18-8
20-12
20-14
30 meter
    16-6
18-12
20-12
60 meter
      16-6
20-10
D = duwen; T = trekken;
Eerste waarde: op gang brengen; tweede waarde (na het streepje): op gang houden
 

Tabel 1 Aanvaardbare duw- en trekkrachten in kg (uit het rapport 'Handmatig duwen/trekken en gezondheidseffecten', N.J. Delleman e.a., Min. SZW/VUGA, Den Haag, 1996)

De werkwijze:

  1. Eerst moet de trek- of duwkracht bepaald worden voor zowel het in gang brengen van de last als het in gang houden van de last. Het meten van de benodigde kracht om de last in beweging te brengen of te behouden kan met een unster, klokweegschaal of ergonomische krachtmeter uitgevoerd worden. Dit is vrij bewerkelijk. Ook kan gebruik gemaakt worden van “duw- en trekcalculator”. Dit is een Excel rekentabel, waarmee op basis van het gewicht van de last, en de werkhouding de trek- of duwkrachten bepaald. DE DUW- EN TREKCALCULATOR
  2. Bepaal/inventariseer vervolgen de loopafstand en de frequentie.

Aan de hand van Tabel 1 kan vervolgens bekeken worden of de trek- en duwkrachten binnen de aangegeven aanvaardbare grenswaarde vallen.

Conclusies op basis van deze methode:

Er is sprake van aanvaardbare risico’s (onder gunstige omstandigheden, indien:

  • het gewicht van de last is maximaal 400 kg. en
  • de maximale benodigde duwkracht om een last in beweging te brengen de volgende grenswaarden niet overschrijden: 30 kilo onder optimale omstandigheden (lage frequentie, korte afstand) en 14 kilo onder minder optimale omstandigheden (hoge frequentie, lange afstand)
  • de maximale benodigde duwkracht om een last in beweging te houden de volgende grenswaarden niet overschrijden: 20 kilo onder optimale omstandigheden (lage frequentie, korte afstand) en 6 kilo onder minder optimale omstandigheden (hoge frequentie, lange afstand)
  • de maximale benodigde trekkracht om een last in beweging te brengen mag de volgende grenswaarden niet overschrijden: max. 20 kilo over max. 2 meter, maximaal 12 maal per uur en max. 20 kilo over maximaal 8 meter bij een frequentie van maximaal 1 keer per 8 uur